Warmte

 

 

Tijdens mijn dagelijkse wandelingetje door de wijk zie ik na oud en nieuw de kale kerstbomen tegen het hek of de heg geleund staan. Een enkele is op het trottoir gegooid. Het feestje is voorbij en de versieringen zijn naar zolder gebracht.

 

Kinderen met handelsgeest slepen de afgedankte bomen weg. Sommige pakken het groots aan met skelter en aanhangwagen. In hun tuinen hopen zich stapels groen op. Een dennennaalden spoor wijst de weg.

 

Als uiteindelijk op 9 januari de kerstbomen versnipperaar de wijk aandoet, helpen vaders de stapels bomen wegbrengen met de auto en aanhangwagen. De zakken van de kinderen vullen zich met vijftig cent maal het aantal ingeleverde kerstbomen. Een oorverdovend kabaal vult de wijk. Maar dat is voor het goede doel; de straten zijn opgeruimd, het geld verdiend en de snippers gaan naar een biomassa centrale.

 

Zo eindigt dus het leven van een kerstboom. Abrupt. Van een warme kamer waarin hij met pracht en praal behangen stond te prijken naar de natte straten. Eerst werd hij met liefde en cadeaus omringd. Soms gaf hij beschutting aan de kerststal figuurtjes. Na afloop van het jaar wordt hij leeggeplukt, kaal geschud en door de mangel gehaald. En, o wonder, zorgt hij opnieuw voor warmte in de biomassa centrale. Als dat geen boom is om van te houden.

 

Lopend door de lege straten zie ik aan de rand van de wijk drie kerstbomen in de greppel liggen. Het is halverwege de maand januari. Zij hebben het plein waar de versnipperaar stond niet gehaald. Maar het is hun schuld niet dat zij geen warmte meer kunnen geven. Kinderen hadden zich voor hen in willen zetten. Zich de handen open willen halen aan hun prikkende takken om ook hen de overgang naar een nieuw bestaan te geven. Het zijn de volwassenen die de bomen dagen te lang bij zich hebben gehouden.

 

En nu hun moment voorbij is worden ze weggegooid. In een greppel vol straatstenen, karton en hondenpoep en dus kerstbomen. Als dat geen mensen zijn die niet verder kijken dan hun feestje.

 

 

Simone van der Lans