Voertrog

 
Een grove zaag stond aan mijn wieg.
Hij schiep me
met donkere ogen,
ruwe splinters.
Een hamer joeg nagels diep in mijn vlees.
 
Spreken kan ik niet.
Uitgeleefd voel ik me
door rottende schillen
en ruwe ossentongen.
Ik leef nog bij gratie van roestige nagels.
 
Vandaag stro,
doeken,
een kleine jongen.
Dankzij splinters en nagels
sta ik nu aan zijn wieg.
 
Ewalt Nijsink
Schrijfworkshop kerst 2018