Leven en dood

 

 

Mijn oom ligt thuis opgebaard. Zijn leven is voorbij en zijn aardse vorm is nog even bij de familie. Op het moment dat ik een blog over leven en dood wil schrijven vanwege het maandthema, valt de rouwkaart in huis. De dood is dichtbij deze dagen. Ik leef, maar ik voel de rand van mijn bestaan. Ik kijk naar die rand en voel ernst. Mijn oom weet wat erachter komt. Mijn rand bestaat vandaag uit de zwarte band om de envelop en de beklemming bij het openen ervan.

 

Mijn dochter maakt een werkstuk over de holocaust. Ze schrijft een fictief dagboek van een meisje genaamd Noa dat de holocaust meemaakt. Het dagboek krijgt een stoffen omslag met een roze ruitje. De meester heeft met mijn dochter afgesproken dat Noa niet mag doodgaan in het verhaal. De dood houden we weg uit ons leven.

 

In de bijbel komt het thema van de dood veelvuldig voor. In 1 Petrus 1: 24 en 25 worden mensen vergeleken met bloemen en gras die snel verdrogen en vergaan. Een leven als een seizoen. Tegenover de menselijke vergankelijkheid wordt de vastheid van de woorden van God gezet.

 

Mijn oom heeft de woorden van God voor waar aangenomen. Bij leven heeft hij een vooruitzicht gekregen op de plek waar hij nu is. In een visioen zag hij Christus in de hemel als glorierijke Zoon van God. Hij keek uit naar zijn sterven omdat hij zijn doodzieke lichaam mocht achterlaten in de overgang naar de eeuwige vrede.

 

De christelijk Keltische traditie laat met een gevlochten knoop, zonder zichtbaar begin of einde, zien dat leven en dood verbonden zijn. Waar een geboorte is, zal een sterfbed volgen. De continuïteit van ons bestaan kent overgangen.

 

Het christelijk geloof geeft mij de rust om naar deze overgang toe te leven. De dood hoeven we niet te verbloemen. Het geeft waarde aan ons bestaan. God biedt ons perspectief op wat erna kan zijn vanuit de houvast aan Zijn liefde voor mensen. De dood is de rand die ons leven inkadert.

 

 

Simone van der Lans