In den hoge

 

Donker dekt de nacht de aarde toe
waaronder ik neerhurk op een oude balk
door zware vleugels omlaag getrokken.
Langzaam verlies ik grip op de dag
laat de snelheid uit me stromen
vloeien de beelden ineen tot ik ben.

 

Krakend opent de staldeur; beneden
in het stro eerst twee mensen, dan drie.
En zoveel licht, zoveel alsof ik heel hoog;
hemelhoog ben.
Het duwt het duister en de moeheid weg
tilt me op tot ik vlieg tussen lichtwezens
waar ik kwetter van gloria en halleluja!

 

 

Simone van der Lans

Schrijfworkshop kerst 2018