Gedicht Levensboom

 

Ik loop door de stad.
Meestal op mijn gemak.
Soms ook gehaast.

 

Vandaag kies ik voor een onbekend straatje, zomaar.
Ik sla een hoek om en zie een open ruimte;
sta stil en houd onbewust mijn adem in.

 

Een machtige kruin,
een sterke stam,
en wortels in een heldere stroom.

 

Ik kom dichterbij;
zie groen hout en blad vol levenssappen.
Kwetsbare takjes met jonge knoppen.

 

Regendruppels als parels in het leven scheppende licht.
Een fluisterende windvlaag die alles in beweging zet.
Een verlangen wat open gaat, groter dan alles wat ik tot nu toe kende.

 

Ik zie mooie vruchten en ruik eraan.
Ik pluk, proef voorzichtig en eet genietend.
Het doet iets met me. Ik voel me anders: genezen.

 

Ik zie vogels in de takken; nestelend.
Ik zie zoekende bijen, werkende mieren en rustende libellen.
Kinderen spelen in de schaduw en twee oude mannen lachen.

 

Ik praat bij het heldere water met een jonge vrouw
en help een gevallen tiener op te staan.
Zelf vraag ik hulp om inzicht te krijgen in een pittige levensvraag.

 

Ik loop in de stad.
Alles is bekend.
En toch is alles anders.

 

Ewalt Nijsink